Homepage
    secrid impact fund dungse lab

    Dungse Lab

    Itika Gupta

    Dungse Labs maakt bouwmaterialen van koeienmest en verandert zo overtollig afval in hoogwaardige vervangers voor hout, spaanplaat en plastic. Traditionele technieken uit de Himalayas en moderne productiemethodes bieden natuurlijke isolatie, antimicrobiële eigenschappen, waterbestendigheid en biologische afbreekbaarheid. Tegelijk verbetert het de inkomsten van boeren, het welzijn van koeien, en het milieu.

    De wereldwijde zuivelindustrie produceert enorme hoeveelheden mest: een gezonde koe produceert dagelijks 15 tot 50 kilo. In Nederland alleen is dat jaarlijks 76 miljoen ton. Meer dan de helft wordt overtollig afval, wat methaanuitstoot veroorzaakt en boeren duizenden euro’s kost om te verwijderen. Tegelijkertijd verbruikt de globale bouwsector enorme hoeveelheden grondstofintensieve en moeilijk recyclebare materialen.

    We spraken met Itika Gupta, oprichter van Dungse Labs, over haar jeugd in de Himalayas, de verbinding tussen landbouw en bouw, en hoe traditionele kennis en een vleugje nieuwsgierigheid een systeem kunnen veranderen.

    secrid impact fund dungse lab
    secrid impact fund dungse lab
    Tekst: Lonneke CraemersFotografie: Blickfänger, Dungse Lab

    Hoi Itika, gefeliciteerd met je plek op het Secrid Talent Podium! Kun je iets vertellen over je jeugd en hoe die je werk heeft beïnvloed?

    Ik ben geboren en getogen in de bergen van India, in het hart van de Himalayas. Het is een ruw en kwetsbaar ecosysteem, maar ook ontzettend mooi. Ik was een heel nieuwsgierig kind en wilde alles begrijpen – van hoe thee in de keuken wordt gemaakt en waarom het borrelt als je er een lepel suiker ingooit, tot hoe de koelkast werkt en het gedrag van bomen.

    Mijn ouders waren architecten, wat ongehoord was in die regio en generatie. Bijna al hun collega’s gingen naar Dubai en andere plaatsen om geld te verdienen, maar zij bleven achter en bouwden huizen waarin de ervaring centraal stond, met natuurlijke materialen.

    Ons familiehuis was vergelijkbaar. En elke winter gebruikte ik samen met mijn moeder koeienmest om de vloer en muren van het berghuis van mijn grootouders te bepleisteren. Daarna rook het heerlijk. Ik hield altijd van dat materiaal. Iedereen lachte me uit, maar ik wist dat het iets magisch had. Het hield ons huis warm, hield stof en insecten weg en voelde heerlijk om op te lopen. De textuur was prachtig.

    Dus ja, nu ik erover nadenk, hebben de nederigheid die de uitgestrekte bergen oproepen, samen met de passie van mijn ouders om steeds weer iets beters te creëren, mij gevormd tot de ontwerper die ik nu ben.

    Wanneer besloot je als nieuwsgierige dochter van Indiase architecten ontwerper te worden?

    Ik was een heel gehoorzaam ‘Gandhi-achtig’ kind dat geweldloosheid nastreefde. Maar in mijn tienerjaren begon ik me rebelser te gedragen. Ik wilde de eerste vrouwelijke gevechtspiloot van India worden, dus besloot ik ingenieur te worden. De technische univesiteit werd een vierjarige zoektocht naar wat ik eigenlijk echt wilde in het leven.

    Na mijn studie werd ik geselecteerd voor een heel speciaal programma: de Young India Fellowship. Een groep topondernemers en bekende namen in India werkte met de Universiteit van Pennsylvania en andere instellingen. Ze kozen vijftig jongeren uit het hele land en gaven ons een jaar lang gratis een opleiding in de vrije kunsten. Het werd allemaal betaald: verblijf, boeken, logistiek, laptops – alles.

    In een jaar volgde ik 27 cursussen, van statistiek en psychologie tot kunstgeschiedenis, economie en geschiedenis. Zo ontdekte ik design. Wat me aantrok, was dat je je niet hoeft te specialiseren in een specifieke sector. Je kunt nieuwsgierig zijn en dezelfde design principes gebruiken om op elk gebied een impact te maken.

    Hoe is koeienmest in je ontwerpwerk terechtgekomen?

    Tijdens een cursus systeemontwerp aan het National Institute of Design, in India, leerden we een macrobeeld van een probleem te creëren. Je brengt allerlei onderlinge verbanden in kaart om een kleine oplossing te vinden die als een domino het hele systeem kan veranderen.

    Samen met een groep studenten onderzochten we wat een goede levenskwaliteit voor de mensheid is. Iedereen verdiepte zich in verschillende onderwerpen en ik kreeg de opdracht om het koeienmestsysteem in kaart te brengen. Ik bracht het in verband met de koe, de gebruikers, de boerderij, het land, enzovoort.

    Toen ik het resultaat zag, dacht ik: “Oh mijn god, als we koeienmest kunnen hergebruiken als bouwmateriaal, verandert er zoveel!” Mest voelde voor mij als dat ene radertje in het systeem dat heel veel kan veranderen.

    • secrid impact fund dungse lab
    We bouwen de toekomst met 'shit'.

    Hoe kan mest het systeem veranderen? Welke problemen pak je aan?

    De wereldwijde zuivelindustrie is enorm en de op twee na grootste vervuiler ter wereld. Een gezonde koe produceert dagelijks 15 tot 50 kilo. In Nederland alleen al produceren we jaarlijks ongeveer 76 miljoen ton koeienmest.

    Minstens 50% eindigt als overtollige mest waar we niks mee doen. We composteren, drogen of gebruiken het niet – niks. Het ligt er maar gewoon. En als die mest blijft liggen, ontbindt het door het vochtgehalte en produceert methaan. Dat is een belangrijke oorzaak van de broeikasgasuitstoot door de veeteelt.

    Er is een groeiend klimaatprobleem en die mest ligt daar maar. Tegelijkertijd betaalt een boer met driehonderd koeien in Nederland ongeveer € 5.000 per jaar om de mest legaal af te voeren. Het is een waardevolle grondstof en wij betalen om ervan af te komen!

    Daarnaast is er de gezondheid van de dieren. Meer dan 50% van de Nederlandse koeien heeft diarree door een eiwitrijk dieet voor melk- en vleesproductie, waardoor de methaanuitstoot nog eens toeneemt. Daarom willen we boeren stimuleren om hun vee gezond te houden, zodat ze goede mest kunnen produceren die ze naast melk kunnen verkopen. Dat komt ten goede aan de boeren, het welzijn van de koeien en het milieu.

    secrid impact fund dungse lab

    Wat zijn de traditionele toepassingen en eigenschappen van koeienmest als bouwmateriaal?

    In India gebruiken we al generaties koeienmest voor het onderhoud van huizen, wat nog steeds op grote schaal gebeurt. Verse mest voedt de bodem en het overschot wordt verwerkt tot een slurry voor het pleisteren van vloeren en muren. We drogen het ook in de zon om blokken te maken voor een vuur, dat 50-60% minder broeikasgassen uitstoot dan brandhout. De as wordt gebruikt voor het bestrijden van ongedierte en onkruid.

    Koeienmest is van nature isolerend en houdt dingen warmer of koeler, afhankelijk van het gebruik. Het is waterafstotend, stofbestendig en werkt bij verbranding muggenwerend. Als bouwmateriaal kun je het uiterlijk en gevoel ervan veranderen door het te verven of er verschillende patronen op aan te brengen.

    Bovendien is het makkelijk te krijgen. Je eigen koeien in je eigen huis produceren de mest. Je gebruikt een deel als voedingsstof voor voedsel en groen, maar het overschot kun je in een andere vorm een nieuw leven geven.

    Hoe heb je van mest een modern en duurzaam bouwmateriaal gemaakt?

    Tijdens onze studie zijn enkele medestudenten en ik Studio Carbon begonnen. We wilden het een jaar een kans geven. Dat is inmiddels zeven jaar geleden.

    Sindsdien ben ik naar Nederland verhuisd om een internationale studio op te zetten, waar we inheemse kennis koppelen aan moderne technologieën. Toen ik een samenwerking met de Nederlandse Vogelbescherming pitchte, liet ik allerlei producten en oplossingen van natuurlijke materialen zien om de biodiversiteit te verbeteren. Een suggestie was een vogelhuisje van koeienmest.

    Een man zag dat en zei: “Dit is revolutionair! Kun je dit echt maken? Ik kan je in contact brengen met de grootste fabrikant van vogelhuisjes en wildproducten in Europa.” Thuis in India maakten we niets blijvends van mest, we ontwikkelden en gebruikten het als jaarlijks ritueel. Dus zei ik: “Geef me een paar maanden om iets duurzaams te maken.” Zo is het begonnen.

    De afspraak staat nog steeds, maar de COVID-19-pandemie heeft de ontwikkeling van het vogelhuisje vertraagd. We hebben in de tussentijd wel heel veel geleerd en samengewerkt met de Universiteit van Wageningen, Blue City Lab en Green PAC iLab, om ons onderzoek en ontwikkeling te verbeteren en het meest duurzame materiaal te vinden. We hebben nu twee belangrijke producten gemaakt: een houtvervanger en een bioplastic.

    • secrid impact fund dungse lab
    Koeienmest is een waardevolle grondstof en wij betalen om ervan af te komen!

    Kun je ons meer vertellen over jullie houtvervanger en bioplastic?

    Toen we de productontwikkeling begonnen, stelde ik een aantal criteria op voor mezelf en mijn team. Ik wil dat het wereldwijd beschikbaar is en dus niet afhankelijk zijn van een uniek bindmiddel. En het moet schaalbaar zijn, dus ik wil geen nieuw productieproces hoeven ontwikkelen. Ik wil bestaande machines gebruiken om dit innovatieve materiaal overal snel en eenvoudig toe te passen.

    In onze materialen versterken we de natuurlijke kwaliteiten van koeienmest – zoals de antimicrobiële werking en de licht- en waterafstotende eigenschappen – zodat het kan voldoen aan specifieke materiaalbehoeften. Met nauwkeurige productietechnieken en een diepgaand begrip van koeienmest hebben we biologisch afbreekbare composietmaterialen geperfectioneerd, als vervanging voor nieuw hout, spaanplaat en plastic.

    Onze houten panelen bestaan volledig uit koeienmest en worden met een traditionele warmte- en drukpers gemaakt, zonder toegevoegde bindmiddelen. Ze hebben natuurlijke thermische en akoestische isolerende eigenschappen, geschikt voor binnenbekleding of meubilair.

    Een andere interessante optie is ons bioplastic, een patenteerbare samenstelling voor plastic korrels die we in licentie willen aanbieden aan spuitgietfabrikanten. Er liggen duidelijke kansen in de tuin- en sierteeltsector, waar kleine plastic potjes voor zaailingen en planten worden gebruikt die eigenlijk overbodig zijn, omdat je de planten thuis gelijk verpot. Ons bioplastic kan worden gebruikt voor biologisch afbreekbare potten die binnen een of twee maanden vergaan en tegelijk de grond voeden.

    secrid impact fund dungse lab

    Heeft esthetiek invloed op de acceptatie van mest als innovatief materiaal?

    Schoonheid is voor mensen biologisch overtuigend. Het is niet iets waar we bewust voor kiezen. Tijdens onze evolutie stond symmetrie voor veiligheid. Bij het beoordelen van voedsel geven kleuren en patronen aanwijzingen of iets eetbaar is.

    Die natuurlijke patronen en schoonheid zitten nog altijd in ons lichaam. We hebben een biologische referentie voor hoe onze hersenen schoonheid en veiligheid vergelijken met dingen die goed en mooi zijn. Voor mij is dat esthetische aspect van design een superkracht, omdat het wilde ideeën aantrekkelijk en overtuigender maakt.

    Ik wil dat onze producten net zo mooi en aantrekkelijk zijn als andere materialen op de markt. Ik wil ze niet positioneren als een alternatief. Om eerlijk te zijn haat ik het woord ‘alternatief’. Waarom zou koeienmest een alternatief moeten zijn voor traditioneel hout? Het kappen van bomen veroorzaakt zoveel chaos. Met onze oplossing krijg je hetzelfde – net zo mooi of zelfs mooier – met zoveel andere voordelen.

    Is er culturele weerstand tegen het gebruik van poep in een westerse context?

    Dat is de meest gestelde vraag die ik krijg. Ik dacht dat mensen het vies zouden vinden omdat ze denken dat het stinkt. Maar koeienmest zelf ruikt niet. De geur komt van de ontbinding van de stukjes koeienmest die blijft liggen. Het anaerobe proces produceert methaan en ammoniak. Dat is wat stinkt.

    Door onze verwerkingstechnieken ruikt ons materiaal naar grond. Ik heb foto’s en video’s van mensen die hun gezicht dichtbij houden en zeggen: “Oh, dit is aarde.”

    Wat ik veel meer moet navigeren is het westerse idee dat we maar één leven hebben en daar het beste van moeten maken. Dat is ook hoe we over onze producten denken: we ontwerpen ze voor één leven, waarna we ze – net als ons eigen leven – verbranden of begraven.

    In het Oosten geloven we in leven na de dood en reïncarnatie. We worden filosofisch gevormd door het idee dat er meerdere levens zijn. Dat is ook wat we doen met onze materialen. In India is de informele recycling- en upcyclingeconomie meer dan een miljard dollar waard. Dat is niet niks.

    Denk er maar eens over na. Ik wil dat onze 'shit' reïncarneert.

    • secrid impact fund dungse lab
    Het esthetische aspect is een superkracht. Het maakt wilde ideeën aantrekkelijk.

    Hoe zie jij het recyclen van koeienmest voor je, op schaal?

    In plaats van een fabriek zie ik een soort microfabriek voor me. Stel je een container op een boerderij voor. De mest wordt daar met bestaande machines verwerkt voor hygiëne en in deze container geassembleerd tot onze panelen.

    Ik zie een centraal systeem voor me dat de panelen van alle boeren verzamelt en verkoopt, net als een cooperatie zoals FrieslandCampina doet met melk. Boeren werken op boerderijniveau en iemand anders brengt het naar de markt om hun inkomsten te verhogen. Het wordt bij voorkeur verkocht aan architecten, bouwers en particulieren binnen een straal van 100 kilometer. Dat is wat ik het liefst wil.

    Zo kunnen we duidelijk laten zien dat materialen van koeien overal ter wereld inzetbaar zijn, in uiteenlopende toepassingen maar met dezelfde grondgedachte.

    Hoe ver ben je met het op de markt brengen van dit microfabriek-idee?

    We hebben een mogelijke samenwerking met een Nederlandse ontwerper en een boer vlakbij Amersfoort, een geweldige man met de visie om een startup-ecosysteem op zijn boerderij op te zetten. Hij heeft verschillende EU-subsidies ontvangen voor innovatieve landbouw- en veeteeltprojecten. Ik hoop dat we daar een microfabriek kunnen bouwen om ons model te testen.

    Onze grootste uitdaging is momenteel prijsgelijkheid. Door het energieverbruik zijn onze houten panelen op dit moment 1,5 keer duurder dan vergelijkbare materialen. We overwegen carbon-credits te verkopen om de productiekosten te subsidiëren, gezien onze lagere milieu-impact.

    Onze alternatieven voor plastic kunnen vanwege schaalbeperkingen nog niet concurreren met de prijzen van conventioneel plastic. Dit vereist een parallelle economische ontwikkeling, zoals ketensamenwerking en politieke lobby, die we in onze pilots willen opnemen.

    secrid impact fund dungse lab
    secrid impact fund dungse lab

    Hoe zie je Dungse Labs over tien jaar?

    We want Dungse to be a mainstream household material like cork, wood, or mycelium. I see it in at least five countries: US, India, the Netherlands, Italy, and China. They all have similar cattle problems. 

    We want to build this material from the humble indigenous history of its origins, like Africa and India. But we aim to target developed economies first to create an aspirational positioning rather than a bottom-up approach that reinforces an alternative material stigma. 

    The recipes are easy to implement in countries like Kenya, Nigeria, and Ghana, where I’ve worked before. By licensing our intellectual property, we can maintain a sales focus on developed markets while making them available in developing countries. 

    To be honest, as an Indian, I’ve always resisted terms like “developing countries” and “developed countries,” or “third world” and “first world”. They’re highly problematic and colonial. Our materials can change the game. We want to show how traditional materials from disadvantaged economies can be reinvented sustainably and redefine building in highly developed markets. This will allow us to exchange value in a much more egalitarian way. 

    Welke steun heb je nodig om deze wereldwijde visie te realiseren?

    Een grote uitdaging is dat iedereen nieuwe materialen wil, maar niemand de eerste wil zijn. De meesten willen eerst bewijs van eerdere successen. We hebben moedige en ervaren mensen nodig om dit product te testen en op de wereldmarkt te brengen.

    We zijn ook op zoek naar een cofounders-team, dat net zo gepassioneerd is over klimaattechnologie als wij en samen met ons een bedrijf wil opbouwen. Daarnaast kunnen we hulp gebruiken bij het valideren en certificeren van onze materialen. We hebben een aantal juridische zaken op orde, maar er is nog een heleboel dat ons kan helpen onze materialen sneller naar de markt te brengen.

    Ten derde hebben we investeringsgeld nodig van angel investors of familiebedrijven met een tijdshorizon van meer dan tien jaar. Dit vraagt om geduldig kapitaal. Volgens mijn berekeningen kunnen we binnen vijf of zes jaar winstgevend zijn, afhankelijk van de locatie.

    Wat is de belangrijkste boodschap die je mensen wilt meegeven?

    Ik wil 'shit' een doel geven in onze maatschappij. Mest heeft momenteel geen doel in onze maatschappij. Ik wil graag laten zien het een doel kan hebben in ons leven, net als in de natuur.

    De wereld veranderen is niet zo moeilijk. Je hebt alleen een beetje nieuwsgierigheid nodig om iets zinvols te doen. Dat nieuwsgierige meisje uit de Himalayas is nog steeds heel levend in mij. Ze wil de toekomst bouwen met 'shit' – letterlijk en figuurlijk. Waarom reflecteren we niet op wat we als afval, waardevol en mogelijk beschouwen?

    Voor mij is elke bewuste verandering een vorm van design. Het maakt niet uit wat je wilt maken of welke opleiding je hebt. Het kan om biologische materialen gaan, maar ook de keuze van je kleding of de muziek die je opzet is een beslissing. Ik nodig mensen uit om met intentie te kiezen bij alles wat ze doen, dan kunnen we veel shit opnieuw creëren.

    Website

    Instagram

    Linkedin