Homepage
    unwoven secrid talent podium

    (UN)WOVEN

    Sarmīte Poļakova & Mel van Dijk

    (un)woven is een biomateriaal gemaakt van afval en restproducten uit de textielindustrie. Korte textielvezels worden gebonden met een biologisch afbreekbare lijm om een materiaal te vormen dat aanvoelt als rijstpapier of behang – maar dan sterker. Het heeft natuurlijke kleurvariaties zoals bij marmer en kan gebruikt worden in architectuur, interieurontwerp en productontwerp.


    De mode-industrie gooit enorme hoeveelheden textiel weg. Naar schatting belandt 80% van alle kleding wereldwijd op stortplaatsen of in verbrandingsovens. Door de menging van textielsoorten kan dit ‘afval’ niet goed worden hergebruikt. Tijdens het recyclen worden bovendien de vezels te kort, wat betekent dat er 75% nieuwe vezels moet worden toegevoegd om hernieuwde materialen te produceren.


    We spraken met oprichter Sarmīte over nieuwe esthetische mogelijkheden voor dit 'afval', haar samenwerking met zakenpartner Mel van Dijk, en hun reis van laboratoriumexperimenten naar interieurs voor koolstofneutrale jachten. 

    unwoven secrid talent podium
    Tekst: Lonneke Craemers
    Fotografie: Blickfänger

    Hoi Sarmīte, gefeliciteerd met je plek op het Secrid Talent Podium! Laten we beginnen bij het begin van je reis. Ontwierp je als kind al dingen?

    Ik groeide op in een klein dorpje in Letland bij de Baltische Zee. Als natuurmeisje bouwde ik altijd dingen, zoals tunnels in de tuin, boomhutten in het bos of constructies op het strand. 

    Als tiener ging ik naar een middelbare school in de hoofdstad, die zich richtte op architectuur. Tijdens die studie realiseerde ik me alleen dat architectuur erg technisch is. Ik vond het creatieve gedeelte leuk, maar de techniek en wiskunde niet. Dus zocht ik iets kleiners en eenvoudigers. Zo kwam ik bij productontwerp terecht. 

    Mijn vader maakte meubels van hout, en mijn zussen schrijven en maken muziek. Er zit dus veel creativiteit in mijn familie, maar toch was het een proces om te ontdekken wat voor ontwerper ik ben.

    Wat voor ontwerper ben jij? Wat heeft je geïnspireerd?

    Tijdens mijn bachelor voelde ik me aanvankelijk niet op mijn plek. Ik had moeite mijzelf uit te drukken en twijfelde aan mijn rol als productontwerper. De studie legde veel nadruk op klassiek ontwerpen, waarbij succes werd afgemeten aan de verkoopcijfers en hoe bekend de ontwerper ermee was geworden. Het ging over schaalvergroting en industrie. 

    Dat interesseerde me eigenlijk nooit zo. Tot ik in aanraking kwam met Dutch Design. Dat sprak me wél aan. Ik herinner me dat ik naar collecties van Droog keek en naar het werk van Nacho Carbonell, Gijs Bakker en Aldo Bakker. Deze stukken voelden anders. Ze vertelden een verhaal en gingen niet over massaproductie. 

    Vanuit intuïtie kwam ik in Nederland terecht. Ik werd aangenomen op de Design Academy Eindhoven en kwam uiteindlijk uit bij Social Design. Nog steeds productontwerp, maar met een sociale betekenis. De betekenis van het woord ‘sociaal’ werd niet voor ons ingevuld, we mochten onze eigen betekenis vinden. Dat was precies wat ik nodig had. 

    • unwoven secrid talent podium
    Elk product is een grondstof die uit zijn natuurlijke omgeving is gehaald.

    Wat betekent social design voor jou?

    Ik realiseerde me dat het voor mij niet om het product, maar om het materiaal gaat. Met andere woorden, de fase voordat iets een product wordt. Die focus stelt me in staat om over context te praten. Voor mij moet alles wat ik maak ergens voor dienen – of het nu gaat om het milieu, het beter benutten van natuurlijke hulpbronnen of het bijdragen aan een gemeenschap. 

    Er is een boek van Victor Papanek over de sociale en ethische rol van een ontwerper. Design is afhankelijk van de grondstoffen van de aarde, want met elk product halen we ze uit hun natuurlijke omgeving. Voor elk stuk keramiek is klei nodig en voor elke houten stoel wordt een boom gekapt. Als we trends of verlangens creëren, geven mensen geld uit. Dat is een grote verantwoordelijkheid waar we niet genoeg over praten in designopleidingen. 

    Dus begon ik na te denken over de middelen die we al hebben – zoals textiel. Meer dan 80% van alle textielproducten belandt wereldwijd op stortplaatsen of in verbrandingsovens. Veel afvalmateriaal wordt verwijderd in plaats van hergebruikt.

    Waarom hergebruiken we zoveel textielafval niet?

    Elk jaar produceren we wereldwijd enorme hoeveelheden textielafval, waarvan een groot deel nooit wordt verkocht of gedragen. Er is technologie in ontwikkeling om dit afval weer naar zijn oorspronkelijke vorm terug te brengen, en dat is zeker de weg die we moeten bewandelen. Maar daar zijn we nog niet. 

    Het probleem is dat textielafval meestal uit samengestelde garens bestaat, zoals polyester gemengd met katoen. Er zijn eindeloze vormen van gemengde natuurlijke en synthetische vezels. Voor het scheiden en recyclen van deze stoffen zijn dure chemische technieken vereist. 

    Mechanische recycling zoals shredderen is een optie, maar dit proces verkort en verzwakt de vezels. Om bijvoorbeeld van een katoen-polyestermix weer duurzaam textiel te maken, moet 50% of meer nieuw katoen of polyester worden toegevoegd. Met elke recyclingcyclus worden de vezels korter – en uiteindelijk zelfs onbruikbaar. 

    unwoven secrid talent podium
    unwoven secrid talent podium

    Het recyclen van textielmengsels resulteert in korte vezels, dus je hebt veel nieuw materiaal nodig om nieuw textiel te maken. Wat is jouw oplossing?

    Mijn werk draait om de erkenning dat we een soort Frankenstein-materiaal hebben gecreëerd dat we niet kunnen recyclen. Ik wil laten zien dat er een alternatief is en dat we anders naar dit ‘afval’ kunnen kijken. 

    In plaats van te proberen die korte vezels terug te brengen naar hun oorspronkelijke vorm, keek ik ernaar en dacht: “Als ze niet lang genoeg zijn, waar zijn ze dan wel goed voor? Het zijn vezels. Laten we ze gewoon als vezels gebruiken en niet als mislukt textiel.” 

    Bij het maken van materialen heb je vezels en een bindmiddel nodig. Dus heb ik een biologisch afbreekbaar bindmiddel gemaakt. Dat is waar (un)woven over gaat. Wat ons definieert is niet de vezels, maar de lijm die ze bij elkaar houdt.

    Je ontwikkelt een biologisch afbreekbare lijm die vezels bij elkaar houdt. Wat maak je precies?

    Het is een nieuw concept – deels textiel en deels een biologisch additief. We werken met elke soort vezel, onafhankelijk van de lengte of samenstelling. De vezels en lijm vormen een plaatmateriaal dat aanvoelt als rijstpapier of behang, maar dan sterker. Het lijkt niet helemaal op stof, het is wat stugger en harder, maar nog wel goed te vormen en te naaien. 

    Textielafval is nooit één effen kleur; het heeft altijd nuances. Van een afstand zorgt dit voor een mooie en complexe look – bijna als marmer. Een andere interessante eigenschap is de flexibiliteit in textuur. Het droogproces beïnvloedt de uiteindelijke vorm van het materiaal. Als we het plat op een tafel leggen, verschuift het een beetje als het droogt, waardoor er een oneffen oppervlak ontstaat dat lijkt op een gerimpelde huid.

    Waar kun je jouw rijstpapier-achtige materiaal voor gebruiken?

    We bevinden ons ergens tussen artistieke expressie en industriële toepassingen. Ons materiaal is prachtig voor op kantoor, in restaurants of andere ruimtes waar akoestiek en esthetiek belangrijk zijn. 

    We kunnen geluidsabsorberende kwaliteiten toevoegen door ons biotextiel dikker te maken of te ondersteunen met dezelfde versnipperde vezels. Hiermee is het zeer geschikt voor wanddecoratie. We hebben het uitgebreid getest op sterkte en duurzaamheid, en het is ook sterk genoeg voor meubeltoepassingen en andere decoratieve oppervlakken.

    Hebben jullie al klanten die jullie biotextiel gebruiken als akoestische wanddecoratie of voor meubels?

    We werken samen met individuele ontwerpers die onze collectie gebruiken voor hun eigen productontwerpen. En we werken ook met allerlei bedrijven die hun eigen textielafval willen hergebruiken om er bijvoorbeeld wandpanelen voor hun kantoor van te maken. Zo ontstaat een volledig circulair verhaal dat zowel praktisch als symbolisch sterk is. 

    Verder krijgen we verrassende belangstelling van topmerken die we nog niet kunnen noemen. Hoewel niet alle samenwerkingen al tot projecten hebben geleid, zie ik dit als een bevestiging van onze esthetische waarde. Ze zien ons als een serieuze optie. 

    Een van onze grootste projecten was voor het interieur van een jacht in Nederland. Het idee was om ‘s werelds eerste zero-emissiesuperjacht te bouwen. Ze kozen ons biotextiel als wandbekleding, wat het potentieel van luxe toepassingen aantoont. 

    Kleinere projecten zijn lampen en interieurobjecten, waarbij de tactiele kwaliteit van het materiaal belangrijk is. 

    • unwoven secrid talent podium
    Het gaat niet alleen om materialen, het is een filosofie.

    Wat bedoel je met de tactiele kwaliteit van het materiaal?

    We hebben kleurenpaletten, patronen en texturen gemaakt die mensen uitnodigen om het materiaal aan te raken. Dat is de tactiele kwaliteit, en dat is cruciaal, want het wekt interesse. Nieuwsgierigheid is een belangrijke menselijke eigenschap waar ik graag mee speel om ons verhaal over te brengen. Het is als een geheim wapen. 

    We hebben er bewust voor gekozen om duurzaamheid niet voorop te stellen in onze communicatie. Niet elk circulair product hoeft er ook zo uit te zien. Het hoeft niet te zeggen: “Ik ben gerecycled. Ik ben duurzaam.” Het zou gewoon de norm moeten zijn. 

    Ik wil dat mensen denken: “Wat is dit voor materiaal?” Zonder het circulaire verhaal gaat het over een mooi materiaal dat een blikvanger is op muren en andere oppervlakken. 

    Je maakt een heel mooi materiaal met kleurpatronen die op marmer lijken. Gebruik je biologisch afbreekbare kleurstoffen?

    We werken op twee manieren met kleuren. Ten eerste behouden we de originele kleuren in het gerecyclede textiel. We maken de kleuren niet, maar sorteren textielafval op kleurgroepen zoals geel en rood. Ten tweede voegen we natuurlijke pigmenten toe. We verbinden de kleuren van het textiel met deze natuurlijke kleurstoffen, wat interessante chemische reacties teweegbrengt. 

    En er is nog iets met kleur. Een van de meest fascinerende ontdekkingen tijdens ons recyclingproces is hoe kleuren tijdens hun levenscycli evolueren. Zo zie je bijvoorbeeld een verschil tussen de tweede en derde levenscyclus. Ons idee is om collecties aan te bieden op basis van regeneratieve kleurenpaletten. In plaats van een traditionele statische kleurenkaart kan ons kleurenboek een verhaal vertellen over tijd en transformatie in materialen.

    unwoven secrid talent podium
    unwoven secrid talent podium

    Waar ontwikkel en produceer je jouw biotextiel?

    Het bindmiddel heb ik in mijn atelier ontwikkeld. Daarna heb ik het in samenwerking met de Technische Universiteit in Letland getest. Het proces van ons biotextiel verloopt in stappen en we werken in meerdere fasen samen met diverse partners. 

    Voor de productie van onze collectie werken we samen met een lokaal recyclingcentrum in Duitsland. Zij leveren ons textiel – de korte vezels – als basismateriaal. Als we met klanten werken die hun eigen afval willen hergebruiken, gebruiken we dat. 

    Productie vindt plaats tussen onze locaties in Duitsland en Nederland. In onze studio in Frankfurt maken we vellen van maximaal drie meter lang en één meter breed. Dit is grotendeels handwerk, maar we willen snel overstappen op een effectievere en snellere productiemethode. We overwegen om onze studio naar Nederland te verhuizen, met een grotere ruimte voor speciaal ontworpen apparatuur.

    Jullie zoeken een grotere studio in Nederland. Wat zijn jullie plannen voor schaalvergroting?

    Onze grootste uitdaging is de productiecapaciteit. We moeten ons productieproces opschalen om de markt op te gaan. Materiaalkosten zijn niet het dure gedeelte. Wat onze prijs nu opdrijft is de tijd en het handwerk, dus automatisering kan de kosten aanzienlijk verlagen. 

    De zakelijke kant is waar mijn partner, Mel van Dijk, over gaat. Zij ontwikkelt de commerciële en operationele aspecten van ons materiaal. Ik heb Mel via een vriend leren kennen. Als ontwerper kan ik niet alles alleen. Ik heb echt geluk dat ik een zakenpartner heb gevonden met dezelfde visie en filosofie.

    Je hebt nu een zakenpartner. Welke andere ondersteuning zou waardevol zijn?

    Onze uitbreiding volgt een logische volgorde. Eerst willen we de technische aspecten perfectioneren. Daarna willen we onze commerciële capaciteit versterken. We hebben hulp nodig van materiaalspecialisten of productie-ingenieurs. Daarna zouden ook een financieel expert en een verkoper waardevol zijn. 

    En we hebben partners nodig die bereid zijn een stapje extra te doen. Plastic en textiel bestaan al ruim een eeuw, dus die processen zijn al behoorlijk ontwikkeld. Dat is waarom ze zo goedkoop zijn. Maar als je iets nieuws probeert te maken, kost dat tijd en moeite. Ik geloof in de waarde van interdisciplinaire samenwerking; we hebben mensen nodig die allemaal hun eigen expertise inbrengen.

    Tot slot, wat is de belangrijkste boodschap die je hoopt over te brengen?

    Hopelijk zet mijn verhaal mensen aan om de grondstoffen die we gebruiken te heroverwegen, want we hebben zo veel. Laten we met een frisse blik kijken naar oude normen die ons niet hebben geholpen met duurzame productie. 

    Ik probeer te zeggen dat we open zouden moeten staan voor het nieuwe. Als makers kunnen we een nieuwe kijk op materialen ontwikkelen. We kunnen laten zien hoe we ze anders kunnen maken en gebruiken. Onze patronen hebben bewezen dat we materialen bijna nooit voor altijd gebruiken. Hoe kunnen we ontwerpen met die tijdelijke functie in gedachten – bijvoorbeeld voor een gebruiksduur van tien jaar? Wat gebeurt er met het materiaal in die periode, en hoe wordt het daarna weer onderdeel van iets nieuws? 

    Ik had ons materiaal bijvoorbeeld sterker kunnen maken door PU aan de lijm toe te voegen. Maar dat is een kunststof, en die kant wilde ik niet op. Iets synthetisch toevoegen is uitstel van het probleem, je gebruikt het en gooit het later weg. Ons materiaal is speciaal, omdat we het bindmiddel eruit kunnen halen en de vezels aan het einde van hun levenscyclus weer kunnen scheiden, zodat ze opnieuw gebruikt kunnen worden. 

    Het gaat niet alleen om materialen, het is een filosofie. Het is hetzelfde voor esthetiek en het leven in brede zin, inclusief onszelf. Alles in de natuur verandert van kleur, textuur en vorm. Daar is niets mis mee, het is juist mooi. Laten we daarvoor openstaan.

    Instagram 


    LinkedIn 


    Website